|
Namoh Bhegwete Vasudeva: Heel, heel lang geleden, in de plaats Naymisharan, dichtbij Ajodhya, zijn Shaunak Rishi en andere beroemde Rishi’s bijelkaar gekomen. Ze vragen aan Soet Ji hoe ze in deze donkere Kaliyug-tijdperk Shri Krishna Bhegwaan kunnen ervaren en waar ze dat kunnen doen. Wilt U ons dit aub vertellen? Soet Ji zegt:”zoals jullie mij nu deze vraag stellen, zo hebben andere Rishi’s deze vraag ook aan Prahlad Ji gesteld. En Prahlad Ji vertelde als volgt. ” Bij de westkust ligt een plaats, Kush Sthal genaamd, ook wel bekend als Dwarka. Daar verblijft Shri Krishna Bhegwaan volledig met zijn zestien Kalawon (eigenschappen). Beschouw deze Shri Dwarkapuri als een verlossingsoord (paramdhaam). Degene die naar Dwarkapuri gaat en ook anderen overhaalt om mee te gaan, verdienen allen de Swarga Loka. En hun Pietra’s (overleden ouders en generaties daarvoor) worden ook naar de Swarga Loka gestuurd, mochten ze nog in Narak verblijven. En degenen die te voet gaan naar Dwarka Dhiesh, van hun wordt elke voetstap die ze zetten, beschouwd als een Ashwa Medh Yagya. Verder wordt ook aangeraden om een bad in de Gomtierivier te nemen, die door Dwarka Puri stroomt. Verder vertelt Prahlad Ji dat je ook zeker een bad in Ganga Ji moet nemen. Hierop vragen de Rishi’s aan hem hoe Ganga Ji hier in Dwarka is gekomen. “Luistert U allen”, zegt Prahlad Ji hierop. Op een dag is iedereen bijelkaar in Dwarka en Krishna Bhegwaan is ook in hun midden. Dan komt Oedhaw Ji langs en zegt tegen Krishna Bhegwaan dat Durvasa Muni hier op reis is. Wanneer Hij dit hoort, snelt hij naar Rukmani Ji en samen gaan ze naar Durvasaji om hem voor Bhojan uit te nodigen. Want, zegt Krishna Bhegwaan, als Griehast zijnde je Brabhans thuis uitnodgt voor Bhojan en hun Dakshina geeft, krijg je door hun aashierbaad veel punja. Rukmaniji is erg verblijd als ze deze woorden van Bhegwaan hoort. Beiden gaan dan naar Durvasaji en doen hem dandwat prenaam. Durvasaji geeft hun zijn zegen en vraagt naar hun welzijn. Tevens vraagt hij aan Krishna Bhegwaan waar hij woont, hoeveel rani’s en zonen Hij heeft. Hierop vertelt Krishna Ji dat de Oceaan Mij 12 Yojan grond heeft gegeven, daar heb Ik een gouden stad Dwarka gebouwd. Mijn paleis is van negen laakh, zestienduizend eenhonderd en acht (16108) rani’s heb ik en hiervan is Rukmaniji de Pattrani. En elke rani heeft tien (10) zonen en één (1) dochter. Mijn familie bestaat totaal uit 56 koottie Yadav’s. Hierop antwoordt Durvasamuni verbaasd, waarom bent U dan bij mij gekomen als U al zoveel bezit? Dan zegt Bhegwaan, komt U bij ons thuis en zegen ons huis. Het water waarmee ik uw voeten ga wassen, zal ik op mijn hoofd besprenkelen, dan ben ik gezegend. Maar Muniji waarschuwt hem en zegt”de hitte kent geen koelte, zo vergeeft Durvasamuni ook niemand.” Zoals we uit andere verhalen weten, wordt deze Muni erg snel opgehitst en geeft dan meteen een sraap. Hij wijst ons ook erop dat je uitgenodigde gasten helemaal naar hun zin moet maken en als je dat niet kan, nodig ze dan niet uit. Bhegwaan zegt, ik zal doen wat U genoegen geeft. Dan nemen ze allen plaats in de paardenkoets van Krishna Ji. Halverwege de rit zegt Muni Ji,”nu moet je uitstappen en samen met Rukmaniji de koets voort trekken. Dan pas zal ik Uw huis zegenen. Dan beginnen Krishnaji en Rukmaniji de koets voort te trekken in de enorme hitte van Dwarka Puri. Uit de hemel aanschouwen de devta’s dit tafereel en roepen: “jai hoo, jai hoo, wat eerbiedigt Bhegwaan de brahmans, dat Hij samen met Rukmaniji de koets trekt voor Durvasa Brahman.” En ze laten een regen van bloemen neer dalen. Dan zegt Rukmaniji dat ze erg moe is geworden en een enorme dorst heeft. Ze wilt wat water drinken om haar dorst te lessen. Krishna Bhegwaan drukt met zijn voet op de grond en laat Ganga Ji daar verschijnen. Het water spuit uit de grond en Rukmaniji kan haar dorst lessen met Gangajal. Hierop wordt Durvasaji erg kwaad op Rukmaniji, springt van de koets af en brengt een shraap uit op Rukmaniji. Je hebt zonder mijn toestemming water gedronken en hiervoor zal ik je straffen. Twaalf (12) jaar lang zal je gescheiden blijven van Krishnaji. Rukmaniji verbleef twaalf jaar lang in een grot wegens de shraap van Durvasaji. Ter ere hiervan is er in Dwarka een mandir gebouwd, die het bezichtigen waard is. “En zo is Gangamata in Dwarka terecht gekomen”, zegt Prahlad Ji aan de aanwezige muni’s in Naymisharan. En door de shraap aan Rukmaniji huilt Gangaji voor eeuwig in de oceanen. En hoe? De golven die wij zo leuk vinden, is het verdriet van Gangamata. Het geluid van de golven, als je deze de volgende keer hoort, denk dan aan dit verhaal van Rukmaniji en Gangamata. Gangamata ki Jai.
|